|
Oorspronkelijk gekozen nummer
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven oorspronkelijke gekozen nummers.
|
|
Gekozen nummer
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven gekozen nummers.
|
|
Binnenkomend nummer
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven binnenkomende nummers. Het binnenkomende nummer is hetzelfde als de DN oorsprong.
|
|
Naam toepassing
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven toepassingen.
|
|
Type contact
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven contacttypen:
- 1 = Inkomend. Extern gesprek dat wordt ontvangen door Unified CCX.
- 2 = Uitgaand. Een gesprek dat afkomstig is van de Unified CCX CTI-poort (Computer Telephony Interface) en niet een gesprek dat wordt gestart binnen het systeem.
- 3 = Intern. Een gesprek dat wordt doorverbonden of waarvan een telefonische vergadering tussen agenten wordt gemaakt of een gesprek dat wordt gehouden binnen het systeem.
- 4 = Omleiden. Een vorig gesprekgedeelte dat het gesprek naar dit gedeelte heeft omgeleid.
- 5 = Doorsturen in. Een vorig gespreksgedeelte dat het gesprek naar dit gedeelte heeft doorgestuurd.
- 6 = Voorbeeld uitgaand Een gesprek dat afkomstig is van een Unified CCX-agenttelefoon naar een externe bestemming, nadat een agent een voorbeeldgesprek accepteert.
- 7 = IVR uitgaand. Een gesprek dat afkomstig is van een Unified CCX uitgaande beller naar een externe bestemming voor een IVR uitgaande campagne.
- 8 = Agent uitgaand. Een gesprek dat afkomstig is van een Unified CCX uitgaande beller naar een externe bestemming voor een agent progressieve of voorspellende campagne.
|
|
Type aanvrager
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven aanvragertypen.
- 1= Agent. Een gesprek dat is aangevraagd door een agent. Geeft het Unified CCX-toestelnummer van de agent weer.
- 2 = Apparaat. Een gesprek dat afkomstig is van een apparaat dat niet is gekoppeld aan een agent of van een apparaat dat wel is gekoppeld aan een agent, maar waarbij de agent op dat moment niet is aangemeld. Hiermee geeft u het poortnummer van de CTI (Computer Telephony Interface) weer dat is gekoppeld aan het routepunt dat de beller heeft gekozen.
- 3 = Onbekend. Een gesprek dat afkomstig is van een externe beller via een gateway of van een niet-gecontroleerd apparaat. Geeft het telefoonnummer van de beller weer.
|
|
Type bestemming
|
Hiermee geeft u informatie weer over de opgegeven bestemmingstypen.
- 1 = Agent. Een gesprek dat wordt gepresenteerd aan een agent. Geeft het Unified CCX-toestelnummer of het niet-Unified CCX-toestelnummer van de agent weer.
- 2 = Apparaat. Een gesprek dat aan een routepunt wordt gepresenteerd. Hiermee geeft u het CTI-poortnummer weer dat is gekoppeld aan het routepunt waarop het gesprek wordt beantwoord.
- 3 = Onbekend. Een gesprek dat wordt gepresenteerd aan een externe bestemming via een gateway of aan een niet-gecontroleerd apparaat. Geeft het telefoonnummer weer dat wordt gekozen.
|
|
Duur langer dan of is gelijk aan T seconden
|
De telefoongesprekken met een duur langer dan of gelijk aan het aantal seconden waarvoor de T staat, worden weergegeven.
|
|
Duur korter dan of is gelijk aan T seconden
|
De telefoongesprekken met een duur korter dan of gelijk aan het aantal seconden waarvoor de T staat, worden weergegeven.
|
|
Aangepaste variabele 1
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 1 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 2
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 2 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 3
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 3 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 4
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 4 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 5,
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 5 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 6
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 6 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 7
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 7 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 8
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 8 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 9
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 9 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Aangepaste variabele 10
|
Geeft gesprekken weer waarvoor Aangepaste variabele 10 de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|
|
Willekeurige aangepaste variabele
|
Geeft gesprekken weer met aan van de 10 aangepaste variabelen die de tekenreeks of een van de subtekenreeksen bevat.
|